Niet ver van de Paarse Zee, ingeklemd tussen Lamaarwaaie en Ghamarije, ligt in een diep dal het koninkrijk Ploenk. Het is maar klein; binnen twee uur loop je van de ene kant van het dal naar de andere. In het midden van Ploenk, boven op een eenzame heuvel, ligt het koninklijk kasteel. Het wordt omringd door een slotgracht en het is al eeuwenoud. Sinds mensenheugnis worden er in Ploenk alleen maar prinsessen geboren, dus aan koninginnen geen gebrek. Omdat het wel een hele toer was om steeds weer aan een nieuwe koning te komen, heeft een van de koninginnen ooit een Hele Hoge Toren laten bouwen, De prinses van Ploenk moet overdag in de toren zitten, zodat ze bevrijd kan worden door een prins. De prins die daarin slaagt, volgt na een tijdje de oude koning op. Dat klinkt nogal eenvoudig, maar dat is het niet. De toren is namelijk echt heel erg hoog. Daarom staat er ook een vangnet onder. Voor als het misgaat. Bovendien mag de prinses niet helpen. Integendeel, het is de bedoeling dat ze het de prins juist zo moeilijk mogelijk maakt…
1
Koppige Kaatje
Prinses Kaatje zat nu al twee jaar in de toren te wachten op haar verlossende prins. Voluit heette ze Catharina, maar bijna niemand noemde haar zo. Ze was nu eenmaal meer een Kaatje dan een Catharina (…) Prinses Kaatje was nogal koppig. Ze stapte elke dag met frisse tegenzin in de luchtballon, en bleef zwijgen tot ze bij de toren waren. (…) ‘Nou, ik vind het een stomme traditie!’, zei de prinses kwaad. ‘Kaatje!’ zei de koningin. ‘Let een beetje op je woorden!’ (…) ‘Ik vind het stom!’ De prinses stond op en liep boos de zaal uit. Ze smeet de deur met een knal achter zich dicht.
Ja, ik was eerder! De oudste mail in mijn oude mailbox dateert van februari 2000 en het boek is verschenen in september 2000. Gelukkig heb ik de .nl al!